Onder die prachtige witte vacht gaat een geboren jager schuil. De Westie is gefokt om ratten, konijnen, vossen en andere kleine zoogdieren op te sporen en te vangen in de rotsspleten van de Schotse Hooglanden. Dat instinct heeft hij nog steeds — volledig intact.

Wat betekent dat in de praktijk?

Een Westie in de natuur is een Westie op zijn best — en tegelijkertijd een Westie die je kwijt kunt zijn. Zodra hij een geur oppikt van iets kleins en levends, schakelt hij over naar jachtmodus. Op die momenten hoor je hem misschien niet meer, reageert hij niet op zijn naam, en verdwijnt hij in een struik of gat.

Dit is geen ongehoorzaamheid in de traditionele zin — het is een diepgeworteld instinct dat sterker is dan de meeste gehoorzaamheidstraining. Het is belangrijk dit te begrijpen en ernaar te handelen.

Westies en kleine huisdieren

Het jachtinstinct heeft ook implicaties voor de huissituatie. Een Westie en een konijn, cavia, hamster of kat samen — dat kan goed gaan, maar vraagt altijd om voorzichtigheid. Sommige Westies accepteren huisgenoten prima als ze er jong mee zijn opgegroeid. Anderen blijven die kleine dieren voor altijd als prooi zien.

Let op: Laat een Westie nooit onbewaakt met kleine knaagdieren of vogels. Het risico is te groot, ook als de hond tot nu toe vreedzaam was.

Omgaan met het jachtinstinct

Je kunt het jachtinstinct niet uitschakelen — en dat moet je ook niet willen. Maar je kunt het wel kanaliseren:

Het jachtinstinct als kracht

Het jachtinstinct is ook de reden waarom Westies zulke geweldige geurwerkhonden zijn. Ze hebben een uitstekende neus, enorme concentratie als ze iets willen vinden, en het doorzettingsvermogen van een professional. Kanaliseer dat energie en je hebt een hond die elke uitdaging aankan.