De Westie is een van de meest herkenbare honden ter wereld. Die combinatie van een puur witte vacht, ronde donkere ogen, rechte oren en een stevige bouw creëert een totaalplaatje dat niemand onverschillig laat. Maar wat zijn precies de officiële raskenmerken?

De vacht: dubbel en puur wit

Het meest karakteristieke kenmerk van de Westie is zijn vacht. Volgens de rasstandaard moet die bestaan uit:

Die harde buitenvacht had een praktische reden: hij beschermde de hond in het ruige Schotse landschap. Water gleed ervan af, doorns konden er niet doorheen prikken.

Het hoofd: breed en rond

Het hoofd van de Westie is breed en afgerond — dit geeft hem die typische "beer-look" die zo geliefd is. De muzzle is middellang en iets smaller dan het hoofd. De neus is groot en zwart. Ogen zijn donker, relatief klein en diepgelegen — ze stralen intelligentie en vastberadenheid uit.

De oren: rechtop en puntig

De oren van een Westie zijn klein, driehoekig en staan rechtop. Ze zijn bedekt met een korte, zachte vacht, zonder franjes. De oren staan iets uit elkaar en geven de hond een uitdrukking van permanente alertheid.

Lichaamsbouw: compact en gespierd

De Westie heeft een compacte, krachtige bouw. Hij heeft een brede, diepe borst, een rechte rug en sterke, gespierte achterhand. Zijn bouw is functioneel: gemaakt om te werken in moeilijk terrein. Hij loopt met een energieke, zelfverzekerde tred.

De staart: rechtop gedragen

De staart is van nature middellang, carrière-vorm (breder aan de basis, versmallend naar de punt), en wordt rechtop gedragen. Een Westie met een neerhangend staartje heeft het niet naar zijn zin. Een Westie in topvorm loopt met die staart als een vlaggetje omhoog.

Bij de aankoop: Een pup met gele of crème tinten in de vacht hoeft geen probleem te zijn — pups zijn soms iets romig van kleur en worden witter naarmate ze ouder worden. Vraag je fokker om uitleg.

Samengevat: de ideale Westie

Een goede Westie is: wit, compact, gespierd, met brede kop, kleine rechte oren, donkere expressieve ogen en een zelfverzekerde houding. Hij mag er nooit fijngebouwd of fragiel uitzien — maar ook nooit zwaar of lomp. Balans en kracht zijn de sleutelwoorden.